ICT

A. Inleiding

We hebben de beschikking over een computernetwerk. We werken met 30 laptops in een verrijdbare kast. Door te kiezen voor laptops kunnen we zowel in de klassen als in andere ruimtes van de school met computers werken. Daarnaast staan er in elke klas laptops. Vanaf groep 3 hebben we op elke 5 leerlingen  1 computer. Ten slotte hebben we in de werkwinkel nog 11 laptops, die op hetzelfde  netwerk zijn aangesloten. Ook deze computers zijn verbonden met het internet. De computers worden onderwijsondersteunend ingezet, d.w.z. dat ze een aanvulling zijn op de leerstof, waarmee we in de klassen werken. Het gebruik van de computer wordt geïntegreerd binnen de bestaande vakken. Daarnaast zijn er leerlijnen uitgezet, waarmee kinderen vanaf groep 5 systematisch bepaalde ICT-vaardigheden onder de knie krijgen. Vooral tekstverwerken, informatieverwerking, internet, email en werkstukken/presentaties maken komen hier aan de orde. Deze leerlijnen sluiten aan bij het voortgezet onderwijs.

Om een indruk te geven wat we er mee kunnen en willen doen (en inmiddels al in de praktijk brengen) zetten we hieronder een en ander op een rijtje.

Computers zien we niet als een doel, maar als een middel.  Kinderen leren spelenderwijs met de computers omgaan. Dat begint al in de kleutergroepen. Als de kinderen bij ons op school zijn “afgestudeerd” hebben ze al heel wat computervaardigheden opgepikt. De kerndoelen voor ICT worden dan ook niet apart vermeld, maar staan “verpakt” in de kerndoelen van de overige leer- en vormingsgebieden. Dit geeft dan ook weer duidelijk aan dat ICT geen doel op zich is, maar geïntegreerd moet worden met de bestaande vakken en vormingsgebieden.

B. Toepassingsgebieden

Om u een overzicht te geven van de toepassingen van de computer volgt hieronder een puntsgewijs overzicht:

1. Leren werken met de computer (groep 1 en 2)

In de kleuterbouw krijgen de kinderen al meteen te maken met computers. Voor zover ze het thuis niet hebben geleerd, moeten ze vaardig worden met muis en toetsenbord. Bij de vaardigheden van de muis horen aanwijzen, klikken, dubbelklikken en slepen. Bij de vaardigheden van het toetsenbord horen het typen van letters (later ook hoofdletters), de toets enter, de toets backspace (gummetje), de functietoetsen, de deletetoets. Deze toetsenbordvaardigheden kunnen ook aangeleerd worden in groep 3 en 4, al naar gelang de software dat vereist.

2. De computer als leermiddel en uitbreiding bij methoden (groep 2 t/m 8)

De stof van de methoden kan uitgebreid worden met en aangevuld worden door computerprogramma’s. Deze software heeft onderstaande voordelen t.o.v. het werken uit een boek en het werken in een schrift.

Als een kind in een schrift een oefening maakt, krijgt het dit vaak pas de volgende dag terug. Tijdens het werken wordt en kind meestal niet gewezen op een gemaakte fout. Dit gebeurt pas bij het terugkrijgen, de volgende dag. Dit werkt niet effectief. Beter is het om bij het oefenen direct gewezen te worden op een fout en het kind krijgt de mogelijkheid deze te verbeteren (op een vriendelijke manier).

Een goed computerprogramma geeft feedback op foute invoer. Een goed computerprogramma onthoudt wat een kind fout doet en komt daar later weer op terug. Het leerproces is op deze wijze efficiënter. Helaas is er nog veel software die dit principe niet ondersteunt.

Veel correctiestrepen in een schrift motiveren niet echt. Een computer is wat dat betreft gebruikersvriendelijker.

Voor automatisering is de computer een goed hulpmiddel. Het doorbreekt de sleur van steeds maar weer oefenen in een schriftje of uit een boek. Het maakt het herhaald oefenen van woorden of sommen aantrekkelijker.

Met een computer heb je een goed middel om te differentiëren, zowel naar onder als naar boven. Ook voor (hoog)begaafde kinderen zijn er genoeg mogelijkheden.

De leerstof uit boeken en schriften is behoorlijk statisch, terwijl goede software interactief is. Dit biedt een nieuw perspectief wat betreft het aanbieden van stof. Een kind krijgt feedback op datgene waarmee hij bezig is. Misschien is dit nog een van de mooiste aanvullingen bij het gebruik van de methoden. Dat wat een leerboek niet kan bieden is ineens wel mogelijk met de computer. Bovendien is er meer mogelijk. Denk bijv. aan animaties, beweging, filmpjes, geluid etc. Inzicht in breuken bv. kan op deze wijze worden aangeleerd. Zo ook het rekenen m.b.v. het honderdveld.

3. De computer voor zorgbreedte en onderwijs op maat. (groep 3 t/m 8)

Een belangrijk item binnen het hedendaagse onderwijs is toch wel de zorgbreedte. Deze zorgbreedte richt zich op 2 kanten:

Zorg naar kinderen met leerproblemen en/of -achterstanden. Deze kinderen kunnen veel baat hebben bij het werken met de computer. Zie hiervoor alle bovenstaande punten. In combinatie met zelfstandig werken kunnen kinderen ook op eigen kracht werken aan hun programma. Een RT-leerkracht is dan niet altijd nodig bij het extra oefenen.

Zorg naar extra begaafde kinderen. Om extra verrijking in de leerstof te geven kan de computer een goed hulpmiddel zijn. Veel programma’s zijn dusdanig opgezet dat deze kinderen voldoende uitdaging kunnen vinden.
Ook kinderen die niet persé RT nodig hebben, maar wel de extra oefening, kunnen met goede computerprogramma’s goed uit de voeten.

4. Computer als hulpmiddel (vanaf groep 4)

In ons dagelijkse leven gebruiken we de computer vaak als hulpmiddel, zoals een timmerman ook z’n hulpmiddelen gebruikt. Denk hierbij aan tekstverwerking, financiën, teken- en ontwerpprogramma’s, databases, fotobewerking e.d. Wat is voor kinderen belangrijk om op de basisschool alvast te leren? In ieder geval is dit tekstverwerking. Vanaf groep 4 kunnen de kinderen al op een simpele manier hun eigen teksten typen. In de vervolggroepen kunnen de kinderen steeds meer trucjes van de tekstverwerker leren. Toe te passen bij o.a. creatief schrijven, werkstukken e.d. Helemaal mooi is natuurlijk als de kinderen zelf internetpagina’s kunnen maken. Dit is niet moeilijker dan tekstverwerken.

5. De computer als informatiebron (groep 6 t/m 8)

We leven nu in de 21e eeuw. Ontwikkelingen volgen elkaar in een stormachtig tempo op. De wereld om ons heen wordt steeds complexer. Er gebeurt steeds meer en er ontstaan steeds nieuwe media waarop de informatie tot ons komt. Alles als parate kennis hebben lukt op den duur niet meer. Belangrijker wordt de vraag: hoe kom ik aan informatie. Waar kan ik e.e.a. vinden? Via welke middelen moet ik de informatie krijgen? Bij deze vraag neemt de computer een prominente plaats in.

Allereerst moeten de kinderen leren om te gaan met Internet. De twee belangrijkste onderdelen hiervan zijn het World Wide Web (WWW), oftewel het surfen. Daarnaast is om kunnen gaan met social media ook belangrijk. We leren de kinderen ook hun eigen verantwoordelijk hierin te nemen. Het is zelfs mogelijk dat kinderen uit groep 8 zelf internetpagina’s leren maken. Dit is niet moeilijker dan tekstverwerken.

6. Ontspanning (groep 1 t/m 8)

Net zoals je met de traditionele spelletjes even je zinnen kunt verzetten, kun je dit ook met de computer doen. Nu bestaan er diverse categorieën spelletjes. Voor schoolgebruik zijn die spelletjes interessant, waarbij hersenen en geheugen gestimuleerd worden. Te denken valt daarbij aan bijv. schaken, dammen, lingo, galgje, memorie etc.

7. Administratie (personeel)

Deze toepassing is bestemd voor het personeel. Te denken valt aan tekstverwerking, leerlingenadministratie, leerlingvolgsysteem, financiële administratie, klassenroosters, sociogrammen, telefoon- en postcodeboek en hulpprogramma’s voor het maken van de website.

C. Leerlijnen 

Omdat het hele ICT-gebeuren volop in beweging is, is er behoefte aan een  duidelijk leerplan van zowel het basisonderwijs als het voorgezet onderwijs. Bovendien moet de aansluiting tussen deze twee onderwijsvormen goed verlopen. Ook vanuit het ministerie is er de vraag naar een invulling van het ICT-onderwijs. Een paar jaar geleden zijn er landelijk projecten op gang gezet om deze leerlijnen uit te zetten. Wij deden hieraan ook mee. Samen met de Brinkschool, de Borg en het Zernike College zijn we bezig geweest om leerlijnen uit te zetten, in de  praktijk te brengen en te evalueren. We werden hierin begeleid door de SLO (Stichting Leerplan Ontwikkeling) en de Universiteit Groningen. Deze leerlijnen worden nu toegepast vanaf groep 5 van de basisschool en lopen door t/m het tweede jaar van het voortgezet onderwijs.

D. Digitaal schoolbord

Wij hebben in alle groepen en in de werkwinkel digitale schoolborden. Het digitale schoolbord vervangt het traditionele schoolbord. Het beeld van de computer wordt geprojecteerd op dit digitaal bord, dat tevens aanraakgevoelig is. Hierdoor ontstaan vele nieuwe mogelijkheden binnen het onderwijs. Meer informatie kunt u vinden op: www.digitaalschoolbordonderwijs.nl en www.digibordopschool.nl.

Werkwinkel

De werkwinkel biedt zorg aan leerlingen die meer nodig hebben dan de leerstof uit het reguliere programma. Zowel hulpprogramma’s met extra leerstof voor uitvallers als pluswerk voor de cognitief getalenteerde leerlingen kunnen worden geleverd vanuit de werkwinkel. Ook heeft de werkwinkel plusgroepen voor meer- en hoogbegaafde kinderen.

Het Sidi-protocol is een protocol voor signalering en diagnostisering van intelligente en (hoog)begaafde kinderen in het basisonderwijs. Wij hebben twee observeringslijsten opgenomen in ons toetsrooster. Van alle leerlingen worden de kwaliteiten in de gaten gehouden. De mogelijke kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong of (hoog)begaafde kinderen in de groep worden zo in beeld gebracht. Deze kinderen worden getoetst op begrip, informatieverwerking en perceptuele organisatie. Hiermee kunnen we bepalen of leerlingen de complexe en meer diepgaande leerstof van de werkwinkel aankunnen. Bij zeer goed resultaat gaan we ervan uit dat de betreffende leerling meer- of hoogbegaafd is.

Bij het verzamelen en ontwikkelen van materiaal voor de werkwinkel gaan we uit van de behoeften van cognitief getalenteerde kinderen en van de hiaten die gemakkelijk kunnen ontstaan in de leerontwikkeling van deze leerlingen. We werken hier volgens de taxonomie van Bloom waarbij leerlingen op een creatieve, kritische en creërende manier met leerstof omgaan. De doelstelling ligt bij het aanleren van leerstrategieën en het uitvinden van welke het best bij hen persoonlijk past.

We willen met de werkwinkel voldoen aan de vraag naar passende begeleiding. Ook voor de kinderen met cognitief talent. We zijn ervan overtuigd dat dit talent gezocht en gevonden moet worden en dat kinderen geleerd kan worden dit talent op een goede manier te gebruiken en optimaal te benutten.