ICT

3.6. Computers en ICT

Inleiding

In de eenentwintigste eeuw zijn digitale middelen niet meer weg te denken uit onze samenleving. Op de St. Nicolaasschool proberen we de vaardigheden die benodigd zijn om om te kunnen gaan met deze digitale middelen aan te leren. Daarbij nemen we de SLO leerdoelen in acht. Deze beschrijven dat er op het gebied van digitale geletterdheid vier onderdelen bestaan, te heten: computational thinking, ICT basisvaardigheden, informatie vaardigheden en mediawijsheid. Deze vier vaardigheden worden op onze school aangeleerd middels verschillende lessen, afspraken, oefeningen, et cetera.Afbeelding1

Hard- en software:

Hardware

We hebben de beschikking over een goed werkend, onlangs vernieuwd, netwerk. We werken met Chromebooks, pc’s en iPads.  De kleutergroepen hebben per kleutergroep beschikking over vijf iPads en een tweetal Chromebooks. Er is vanaf de groepen 3 tot de groepen 8 beschikking over een Chromebook per leerling. Deze Chromebooks zijn door school aangeschaft en ook eigendom van school. De Chromebooks worden in de klas bewaard in oplaadkarren en worden ingezet om het analoge onderwijs aan te vullen.

In de kleutergroepen wordt gebruik gemaakt van leerzame apps die beschikbaar zijn op de iPad. De iPads zijn een onderdeel van het thematisch werken binnen de onderbouw. Zo leren kleuters spelenderwijs omgaan met digitale leermiddelen.

Wij hebben in alle groepen en in de leerrotonde digitale schoolborden. Het digitale schoolbord vervangt het traditionele schoolbord. Er wordt inmiddels in alle lokalen gewerkt met LCD-touchscreenborden. Deze borden zijn aanraakgevoelig en zijn een verbetering t.o.v. digitale schoolborden die werken met projectie en beamerlampen. Dankzij digitale borden ontstaan vele nieuwe mogelijkheden binnen het onderwijs. Het digitale schoolbord is inmiddels niet meer weg te denken uit het klaslokaal en biedt vele leer- en instructiemogelijkheden.

Software

De basis van het werken op Chromebooks bestaat uit de digitale omgeving van de Rolf Groep, genaamd ZuluConnect. Binnen deze omgeving wordt er gewerkt aan bepaalde software, die aansluit bij de reguliere lessen. Deze software wordt ingezet als verdieping en verbreding van het reguliere schoolwerk en dient niet ter vervanging hiervan. De software is met name toegespitst op de vakken rekenen, taal, spelling en begrijpend lezen.

Ook beschikken alle kinderen en schoolmedewerkers over een Office-account. Middels dit account kan worden ingelogd op de digitale software van Microsoft, waarbinnen ze toegang Microsoft Office, Excel, Powerpoint, One Drive, Outlook, Teams en overige apps gelieerd aan Microsoft. Dit Office-account is tevens gekoppeld aan ZuluConnect. Kinderen loggen met hun Office-account in op ZuluConnect.

De software van Zuluconnect maakt het mogelijk om zorg (naar boven en beneden) op een andere manier in te richten. Ons ICT onderwijs maakt de volgende soorten zorg mogelijk:

  1. Zorg naar kinderen met leerproblemen en/of achterstanden. Deze kinderen kunnen veel baat hebben bij het werken met digitale leermiddelen. In combinatie met zelfstandig werken kunnen kinderen ook op eigen kracht werken aan hun programma. Een RT- leerkracht is dan niet altijd nodig bij het extra oefenen.
  1. Zorg naar extra begaafde kinderen. Om extra verrijking in de leerstof te geven kan de computer een goed hulpmiddel zijn. Veel programma’s zijn dusdanig opgezet dat deze kinderen voldoende uitdaging kunnen vinden.

Ook kinderen die niet per sé RT (remedial teaching) nodig hebben, maar wel de extra oefening, kunnen met adequate computerprogramma’s goed uit de voeten.

Het Office-account wordt ook gebruikt om contact te onderhouden met kinderen, indien deze niet op school aanwezig zijn (lockdown). Ook wordt binnen dit account gewerkt aan zaken zoals tekstverwerken, werken met Excel en andere vaardigheden binnen het spectrum van Microsoft Office.

Leerdoelen:

Ons onderwijs is toegespitst op de vier leerdoelen, zoals deze door het SLO zijn beschreven.

Computational thinking

Computational thinking is het procesmatig (her)formuleren van problemen op een zodanige manier dat het mogelijk wordt om met computertechnologie het probleem op te lossen (SLO leerdoelen, 2019).  We stimuleren computational thinking door gebruik te maken van een cursus programmeren binnen onze ateliercycli. Deze programmeerlessen worden gegeven door een extern ingehuurde deskundige. Hij maakt hierbij gebruik van het programma Scratch en leer leerlingen op een zodanige manier om te gaan met computertaal en computational thinking.

Het atelier bestaat uit een serie lessen die op vrijdagmiddag worden aangeboden, waarbij verschillende creatieve vakken aan bod komen. Hieronder dus ook programmeren. Het is de bedoeling dat alle kinderen van de groepen 5 tot en met 8 ieder onderdeel van het atelier in hun schoolloopbaan één keer volgen.

ICT basisvaardigheden

Met dit onderdeel wordt de kennis en vaardigheden die nodig zijn om de werking van computers en netwerken te begrijpen, om te kunnen omgaan met verschillende soorten technologieën en om de bediening, de mogelijkheden en de beperkingen van technologie te begrijpen (SLO leerdoelen, 2019).

Binnen ons onderwijs trachten we leerlingen op te leiden tot ICT vaardige burgers door in vele verschillende situaties expliciet tijd en ruimte te maken voor het omgaan met ICT. Door middel van het werken op een eigen Chromebook wordt al veel van deze taak ondervangen. Leerlingen maken zich basale vaardigheden op het gebied van werken met het Office pakket eigen door ervaring op te doen met hun gepersonaliseerd Office-account. Leerkrachten stimuleren deze vaardigheden door regelmatig tijd en ruimte in te lassen voor omgang met digitale leermiddelen.

Meer expliciete vaardigheden, zoals video- en fotobewerking zijn ook een onderdeel van onze atelier cycli. Binnen deze cursussen wordt de nadruk gelegd op een aantal technische aspecten van digitale vaardigheden, zoals licht/donker regulatie, bestanden delen, knippen en plakken van videobestanden, etc.

In de groepen 8 wordt veel aandacht besteed aan het ontwerpen van websites, via web-based software. Iedere leerling kan aan het einde van groep 8 een eenvoudige, maar duidelijke website bouwen.

Informatievaardigheden

Informatievaardigheden omvat het scherp kunnen formuleren en analyseren van informatie uit bronnen, het op basis hiervan kritisch en systematisch zoeken, selecteren, verwerken, gebruiken en verwijzen van relevante informatie en deze op bruikbaarheid en betrouwbaarheid beoordelen en evalueren. In de context van 21e-eeuwse vaardigheden gaat het hierbij vaak om digitale bronnen (SLO leerdoelen, 2019).

Kinderen op de St. Nicolaasschool leren via de methode Nieuwbegrip XL omgaan met een digitale bron. Binnen deze tak van begrijpend lezen krijgen kinderen een digitale informatiebron aangeboden (vaak een tekst) en op basis hiervan dienen vragen beantwoord te worden. Iedere leerling in de midden- en bovenbouw van de St. Nicolaasschool werkt hiermee.

In de groepen 7 en 8 wordt een werkstuk geschreven, waarbij expliciet gebruik gemaakt wordt van digitale bronnen. In de groepen 8 wordt een bronnenlijst bijgehouden, waarin een leerling moet noteren welke bronnen het voor zijn/haar werkstuk gebruikt. Er wordt expliciet geoefend op het selecteren van de juiste informatie binnen het bereik van het internet.

Mediawijsheid

Mediawijsheid omvat het geheel van kennis, vaardigheden en mentaliteit waarmee burgers zich bewust, kritisch en actief kunnen bewegen in een complexe, veranderlijke en fundamenteel gemedialiseerde wereld (SLO leerdoelen, 2019).

Deze vaardigheden worden op een impliciete manier aangeleerd op onze school. Binnen de Gouden Regels (leefregels op de St. Nicolaasschool) wordt aandacht besteedt aan het welzijn van het kind. Dat kan net zo goed digitaal welzijn omvatten. Leerkrachten hebben allemaal kennis van media en de digitale wereld en kunnen inspelen op de behoeftes en vragen van kinderen op dit gebied.

Communicatie:

School communiceert analoog en digitaal met ouders. Binnen de geldende coronamaatregelen wordt getracht ouders toe te laten tot school, waar nodig. Officiele communicatie met leerkrachten gebeurt via Parro. Dat is een app waarin alle ouders gekoppeld kunnen worden aan de leerkracht van hun kinderen en zodanig kunnen communiceren met deze leerkracht. Oudergesprekken worden bijvoorbeeld ingepland via Parro, maar ook een kort berichtje over het een of ander kan via deze app gedeeld worden met ouders. Andersom kunnen ouders ook een bericht sturen naar de leerkracht via Parro. De directie en administratie stuurt berichtgeving, zoals de nieuwsbrief of andere berichtgeving, exclusief via Parro. U kunt de directie en administratie telefonisch of via de mail bereiken indien noodzakelijk.